Skin created by AgnosticAngel of the IF Skin Zone


Pages: (3) [1] 2 3  ( Go to first unread post )

 De Anna C
Shannara
Posted: Oct 4 2006, 08:56 PM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



Dit is nu al een aardig lang verhaal en nog steeds in maak(is nog lang niet af) Dushet lijkt me handiger om het in delen op de site te zetten en dan hoor ik wel of het de moeite waard om de rest er ook bij te zetten en eventueel verder te gaan tongue.gif

De Anna C

De wind streek door mijn haren en ik sloot even mijn ogen om de felle zonnestralen buiten te sluiten. Ik zat op het opengeklapte dak het stuurhuis en ik keek uit over het Markermeer dat we overstaken. We waren op het moment op weg van Spakenburg, waar we de fietsers hadden afgezet, naar Amsterdam om daar de fietsers weer te zien. Overal waar ik keek zag ik witte zeiltjes. Of k nu voor, achter, links of rechts keek, er waren over jachtjes te zien. ´Hé, die verdraaide jachtjes ook, ´ Mopperde mijn vader. ´Kunnen ze niet eens even fatsoenlijk rechts blijven? Misschien hebben ze weer even uitleg nodig´, en hij voegde daad bij woord. Hij greep de hoorn van de luidspreker die voor op het schip bevestigd zat. ´Kunnen jullie niet even rechts blijven?´ Natuurlijk vonden een paar bestuurders van de jachtjes het nodig om commentaar te geven, maar daar was hij goed tegen bestand en voer gewoon verder. Het enige wat ik de hele tijd kom doen was grijnzend de bestuurders aankijken.

Even ter uitleg…
Mijn vader heeft twee schepen. De Lena Maria en de Anna Cornelia. Beide schepen zijn 45 meter lang en hebben een beige kleur met rode strepen. Mijn vader verhuurd zijn schepen aan bedrijven die weer voor gasten zorgen, zodat die in Nederland kunnen fietsen. Dus kort samengevat…
Mijn vader deed Fiets-Vaar Vakanties.

Ik keek achterom en zag de Jelmar met grote snelheid naderen. De Jelmar heette eerst de Nina en was het schip mijn vaders eigendom. Maar zodra de Lena Maria was gebouwd verkocht hij de Nina aan de mensen die er al 3 jaar op hadden gevaren. Nu heette het schip de Jelmar, vernoemd naar hun twee kinderen.
De Jelmar had het voordeel van een goede moter en ze was smaller dan de Anna Cornelia, dus schoot ze al snel op gelijke hoogte door het water. Albert Jan, de schipper van de Jelmar, hief even zijn hand op als groet en stoof toen de Anna Cornelia voorbij.
Volledig in dromen verzonken staarde ik de Jelmar na, terwijl ze uit het zicht verdween.
Morgen kregen we nieuwe gasten aan boord en ik had al begrepen dat er niet veel leuks bij zou zitten. Het was voornamelijk “Ouwe van Dagen” zoals Meine dat noemde. Meine was de kok van de Anna Cornelia. We kregen een Amerikaans stel, een Duits stel, een Spaans stel en 16 Italianen. Die Italianen zeiden het al. Het zou een vermoeiende week worden.
Ik keek om me heen en constateerde al snel dat we net bij Almere Haven waren. Het zou dus nog goed 2 uur duren voordat we ook maar bij het begin van Amsterdam waren, de Oranjesluizen. De zon voelde heet op mijn huid, maar dankzij de lekkere wind was het goed uit te houden op de plek waar ik zat. Ik ging op de ramen van het stuurhuis liggen en sloot mijn ogen. Als snel voelde ik me wegzakken.
Ik ging verliggen en voelde iets in mijn rug steken. Het leek op een takje, maar dat was gewoon onmogelijk. Óf ik moest zolang geslapen hebben dat de wereld om me heen veranderd was en het Markermeer een bos was geworden óf er klopte gewoon iets niet aan dit hele gebeuren. Ik opende mijn ogen en ging, al wrijvend over mijn pijnlijke rug, rechtop zitten. Overal om me heen waren bomen en ik ging bijna spontaan geloven, dat het Makermeer écht in een bos was veranderd. Ik draaide om mijn as en bekeek de nieuwe omgeving. Overal stonden hoge naaldbomen en er stonden overal struiken. Plotseling begon ik me niet erg prettig te voelen. Zoveel struiken betekende dat men zich overal kon verstoppen en dat je dus ook zó kon worden overvallen. Ik stond op een kruispunt van zandwegen. De wegen die naar het Oosten en naar het Noorden afbogen verdwenen dieper het bos in, aangezien het daar veel donkerder was. De wegen naar het Westen en Zuiden waren stukken lichter en al gauw was mijn keuze gemaakt. Ik zou de weg naar het Zuiden nemen.
Top
Ariadne
Posted: Oct 5 2006, 04:20 PM


Hoofdpersoon


Group: Admin
Posts: 105
Member No.: 2
Joined: 9-September 06



Leuk verhaal hoor! Wow twee verhalen schrijven tegelijk blink.gif . Dat lijkt me lastig.
Top
Dogna
Posted: Oct 5 2006, 05:09 PM


Hoofdpersoon


Group: Admin
Posts: 116
Member No.: 1
Joined: 9-September 06



Spannend verhaal, ben benieuwd hoe t verder gaat ohmy.gif
Top
Shannara
Posted: Oct 6 2006, 07:53 AM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



hahaha 2 verhalen?! tongue.gif Ik wil absoluut niet betweterig overkomen, maar ik heb erg veel onafgemaakte verhalen. Ik ga natuurlijk verder want dit verhaal is veel langer dan Rexa...

Ik hoop dat het leuk blijft:P
Top
Shannara
Posted: Oct 6 2006, 07:55 AM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



Ik liep lang en na een tijd begonnen mijn voeten pijn te doen. Ik liep nog een stukje verder en koos toen een dikke omgevallen boomstam uit om op uit te rusten. Ik wreef over mijn voeten en keek de weg af. Nog steeds geen enkel teken van leven en het licht was nog steeds hetzelfde. Het was niet lichter geworden dus ik was nog lang niet aan het einde van het bos. Op dit soort momenten wou ik dat ik Ruby en Tosca bij me had. De beide honden waren al oud, maar ze gaven mij toch het gevoel van veiligheid.
Het begon donkerder te worden en ik voelde me met de seconden banger worden. Het bos bij mijn opa en oma vond ik al doodeng om ´s nachts in te gaan, maar dit onbekende bos maakte alles nog veel enger. Ik klom van de boomstam af om uit het zicht van beesten te blijven en maakte me klein. Ik had helemaal geen goede kleren mee voor dit soort dingen. Ik droeg nog steeds mijn korte spijkerbroek en mijn oranje shirt met spaghettibandjes. Ook had ik niks te eten of te drinken mee. Daar zat ik dan. Helemaal alleen in een groot eng bos, terwijl het steeds donkerder werd. Ik bleef wakker en keek bij elk geluid in het rond of ik de oorzaak ervan kon vinden. Na een tijdje begon de slaap toch de overhand te krijgen en dreigde ik in slaap te vallen. Op dat moment hoorde ik stemmen. Ik gluurde over mijn boomstam heen en zag drie mensen te paard naderen. Het waren mannen dat was duidelijk aan hun stemmen te horen. Maar ze spraken een vreemde taal en ik kon ze onmogelijk verstaan. Even overwoog ik om ze voorbij te laten rijden. Ik gluurde weer over de boomstam en ontdekte tot mijn schrik dat de mannen al bijna voorbij waren. Door een straal maanlicht viel mijn blik op hun wapens. De ene man droeg twee lange dunne zwaarden op zijn rug. De andere man droeg een stok op zijn rug en had een hele serie messen aan zijn riem hangen. De andere man had een grote bijl met dubbel blad op zijn rug hangen en vier kleinere bijlen aan zijn riem. Ik twijfelde. Het waren vast en zeker geen aardige lui. Huurlingen ofzo. Maar toch waren zij de enige die mij konden helpen. Ik had het koud, ik had honger en dorst en ik was bang. Uiteindelijk gaf dat de doorslag en ik pakte een droge tak vast. Met een luide knal brak ik de tak in tweeën en keek toe hoe de mannen onmiddellijk hun paarden om draaide en terug reden. Ik was aan de rand van het pad gaan zitten en zag de mannen naderen. Ze hadden de kappen van hun mantels ver over hun hoofd getrokken zodat hun gezichten niet te zien waren en ik begon toch te denken dat ik de verkeerde keus had gemaakt.
Top
Ariadne
Posted: Oct 6 2006, 03:49 PM


Hoofdpersoon


Group: Admin
Posts: 105
Member No.: 2
Joined: 9-September 06



Oe spannend ohmy.gif !!
Top
Shannara
Posted: Oct 6 2006, 04:19 PM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



Alle drie de mannen stegen af en liepen tot op drie passen afstand. Tot mijn grote verbazing gingen ze allemaal zitten. Een van de mannen zocht hout bij elkaar en maakte een vuurtje, terwijl de andere twee mannen drie hazen begonnen te villen. ´Die hadden ze vast al gevangen, ´ dacht ik verbaasd. Al snel sloop de geur van gebraden haas mijn neus binnen en ik moest moeite doen om niet té hongerig te kijken. Toen de hazen gaar waren pakte één van de mannen een lange stok, stak er een stuk haas aan en gaf toen de stok aan mij. Ik staarde even naar de haas, maar nam hem toen met dankbaarheid aan. De andere mannen namen ook een stuk haas en even was er een vredige stilte. ´Tzjasra Togira Moriga?´ Vroeg de man met de bijlen aan zijn riem. De stem klonk alsof die van een oudere man was zo rond een jaar of vijftig. Ik schudde mijn hoofd ik als een gebaar dat ik het niet begreep. ´Wat is je naam?´ Vroeg één van de andere mannen. Het was de man met de stok en messen en zijn stem klonk een stuk jonger. ´N…Naria, ´ Stamelde ik. De drie mannen overlegden even en deden toen alledrie de kappen van de mantels af. Ik had gelijk toen ik de Bijlman, zoals ik hem maar even noemde, rond de vijftig had geschat. Zijn bruine haar was voor een groot gedeelte grijs en zijn baard was al helemaal grijs. De Stokdrager die mij in het Engels had gevraagd wat mijn naam was zag eruit alsof hij ook al in veertig was. Hoewel zijn blonde haar nog geen enkele spoor van grijs liet zien, straalden zijn ogen kennis en ervaring uit. De Zwaardvechter die duidelijk de jongste was had pikzwart haar en bruine ogen. De vrolijkheid straalde van hem af en zijn ogen glinsterde.
De Bijlman nam het woord. ´Mijn naam is Dario, de man met de stok is Ragoro…-.´ ´Rag is ook goed hoor, ´ Onderbrak Ragoro. ´En onze zwaardmeester daar is Togor.´
´Zijn jullie huurlingen?´, de vraag al over mijn lippen voordat ik het doorhad. Rag grinnikte vrolijk. ´Dat klopt.´ ´Aha´, was het enige dat ik kon bedenken. Dario keek me indringend aan. ´Aan je kleding te zien kom je niet van hier. Vertel ons eens je verhaal.´ Ik was niet van plan om Dario, Rag en Togor alles te vertellen, maar ze hadden iets vertrouwds en een hele stroomvloed van woorden was het gevolg. De drie mannen luisterde geboeid en deden geen enkele poging om me te onderbreken. ´-… en nu zit ik hier vast en ik wil niets liever dan naar huis.´ ´Dat is een heel verhaal, ´ Mompelde Dario. ´Kunnen jullie me helpen?´ Vroeg ik gretig. ´Het is een lange en gevaarlijke reis en dat gaat nogal wat kosten.´ Ik keek teleurgesteld naar de grond. ´Maar ik heb niks om jullie mee te betalen, ´ Zuchtte ik verslagen. Rag keek zijn vrienden aan. ´We kunnen haar toch wel naar Tricoatira brengen?´ Togor knikt instemmend. ´We kunnen daar wel zien hoe we de betaling oplossen én we kunnen nog langs Troqira gaan. Die wil vast mee op dit avontuur.´ Dario zuchtte diep en haalde zijn schouders op. ´We hebben op het moment toch niets beters te doen dus kunnen we net zo goed naar Tricoatira gaan. Ze hebben daar vast nog wel een paar huurlingen nodig, ´ Grijnsde hij, terwijl hij naar mij knipoogde. Ik voelde me meteen beter. ´Is het een lange weg naar Tricoatira?´ Rag pakte een stok en tekende een landkaart in het zand. Het liet twee grote eilanden zien. Het ene eiland was voor een grootst gedeelte bos met een groot meer aan de Oostkant. Alleen aan de kustgebieden was geen bos. Het eiland kende maar zes steden. Hij drukte een punt in het zand.´Hier zijn wij, op het eiland Triga.´ Ik keek naar de kaart en zag dat we nog héél diep in het grote bos waren. ´We moeten nog 5 dagen rijden voordat we de stad Tego bereiken. Dan huren we een boot en is het met een beetje geluk 7 dagen varen naar Tiga. Toegara heeft veel loofbossen, maar ook grasvlaktes, moerassen, heuvels en rivieren en sloten en veel bergen. We komen aan in het Zuidwesten en we moeten dan helemaal omhoog naar het Noordoosten. Als alles goed verloopt, nemen we de kortste weg en die duurt maar 70 dagen.´ Ik staarde Rag met open mond aan. ´70 dagen is voor jullie de kortste weg?´ De drie mannen knikten. ´Als alles namelijk goed verloopt, nemen we de hoofdweg en die komt door zeven steden. Tiga, Tjarar, Tamoe, Taigian, Tgran, Tubruganz en Truqaionz. En als alles niet goed verloopt dan worden we gedwongen na Tamoe de hoofdweg te verlaten en het wildland in te trekken. Helemaal naar het Noorden naar het Dwergenrijk en dan door de immens grote Vallei der Elfen. In Tricoatira komen alle drie de rassen bijeen. Om handel te drijven of kennis op te doen of gewoon omdat ze het gezellig vinden.´ ´Hebben jullie wel eens een Elf gezien?´ Vroeg ik nieuwsgierig. Rag grinnikte vrolijk. ´Ja, dat hebben we en jij gaat er op onze reis ook nog wel genoeg zien.´
Ik kreeg van Togor een broek en een shirt toegeworpen. Ze waren natuurlijk te groot, maar zo slecht stonden ze me nog geeneens. Daarna gaf Dario mij een mantel en van Rag kreeg ik een deken. Ik sloeg de deken om me heen en ging liggen. Ik luisterde naar de stemmen van de mannen. ´Denk je dat het werkelijk zo goed is om haar naar Tricoatira te brengen?´ ´Natuurlijk. Zij is deze wereld vreemd en dan zijn wij haar enige kans om te overleven.´ ´En trouwens we hebben toch niks beters te doen.´
Top
Shannara
Posted: Oct 9 2006, 01:58 PM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



Het was al weer de vierde dag sinds mijn aankomst op dit vreemde eiland. De weg naar Tego was erg saai. Alleen maar naaldbos te zien. Ik zat bij Togor achter op zijn paard en liet mijn hoofd tegen zijn gespierde rug rusten. Ik sloot mijn ogen en liet mijn gedachten dwalen. Wat zou pap nu doen? Of mijn broer en andere familieleden? Zouden ze me al missen? Vast wel. Misschien waren er al zoekacties gestart. Maar dit alles gaf me geen beter gevoel. Hoe zouden ze me in vredesnaam moeten vinden in deze vreemde wereld? Mijn aandacht werd afgeleid toen we bij een héél klein meertje kwamen. Er stond een huisje naast en aan het paard te zien, wat voor het huisje stond, was er iemand thuis. Ik ging rechtop zitten en rekte me uit, blij om wat anders te zien dan alleen maar naaldbomen. Dario, Rag en Togor stegen af en ik volgde maar al te graag hun voorbeeld. Ik liep naar Dario. ´Hoe kan dit nu? Dit meertje stond niet eens op jouw kaart.´ ´Dat komt omdat alleen maar grotere dingen op die kaart worden aangeven. Zoals de meest gebruikte wegen en de grote meren, maar dat wil niet zeggen dat er geen andere meren en wegen zijn.´ Ik haalde mijn schouders op en liep op Rag af. Ik wilde net gaan vragen wat we hier deden toen het antwoord uit de bossen tevoorschijn kwam. Een lange, slanke man stapte uit de struiken. Hij was zeker een kop groter dan mij. Hij had zwart haar met goudblonde strepen er doorheen. Zijn blauwe ogen fonkelden als saffieren. Aan zijn soepele bewegingen was op te zien dat hij een goede jager was en al lang in de bossen vertoefde. Hij liep op Rag af en schudde hem hartelijk de hand. ´ Tzjasra Tomia Katzia?´ Rag antwoordde iets in hun vreemde taal. Daarna waren ook Togor en Dario begroet. Toen liep hij op mij af en bleef even staan kijken. Zijn blauwe ogen leken me nauwkeurig te onderzoeken. Ik voelde me hart samentrekken en mijn ademhaling omhoog gaan. Om te kalmeren ademde ik diep uit. ´En jouw naam is?´ Klonk zijn mooie melodieuze stem. ´Naria´, toen vond ik iets van mijn brutaliteit terug. ´En jij bent zeker Troq nogwattes.´ De man grinnikte. ´Mijn naam is Troqira´, en hij stak zijn hand uit. Ik keek met dezelfde onderzoekende blik naar zijn hand zoals hij naar mij had gekeken en besloot hem toen maar te pakken.
´Zo wat zijn plannen, mijn vrienden?´ We zaten in het huisje en ondertussen was de avond gevallen. Er hing een zwijn aan het spit en de heerlijkste geuren dreven door de kamer. ´Ga jij maar even hout sprokkelen Naria, ´ Zei Dario. Ik wilde net gaan protesteren toen ik Troqira´s blik in mijn rug voelde. Braaf, zoals een goed meisje betaamt, sjokte ik naar buiten. Toen ik genoeg hout had, dumpte ik het naast het huis en liep terug naar het meertje. Ik ging op een grote kei zitten en staarde voor me uit. Opeens zag ik een soort strandje die vol lag met kleine stenen. Ik zocht de meest platte steentjes uit en maakte me klaar om te gaan “scheren”. Het was een spelletje dat mijn broer en ik altijd speelde als we op vakantie waren. De kunst van het spelletje was om de steen zo gooien dat hij meerdere malen stuiterde op het water voordat de steen naar de bodem zonk. Ik pakte een steen en ging met mijn linkerschouder naar het water staan. Ik strekte mijn arm zodat ik de steen goed kon wegzwiepen. Ik bleef even stokstijf staan en toen schoot mijn arm naar voren en de steen verliet mijn hand. 4 keer stuiterde de steen. Ik vloekte zacht. Het record van mijn broer stond op 12 keer, dus ik moest goed mijn best doen. Na de 15de poging had ik er genoeg van en ik wilde me net omdraaien toen mijn oog op een uitzonderlijk platte steen viel. Ik zette een paar passen en zwaaide met al mijn kracht de steen over het water. 14 keer. Ik maakte een sprong van vreugde. Ik had mijn broer verslagen! Ik hoorde iemand in zijn handen klappen en ik draaide me met een schok op. Het was Troqira. Hij stond maar op een paar passen afstand achter mij. Ik hield mijn hoofd iets schuin en keek hem vragend aan. Blijkbaar stond de vraag in mijn ogen, want Troqira antwoordde ´Je was veels te druk bezig met stenen gooien om mij op te merken.´
Top
Shannara
Posted: Oct 16 2006, 09:25 AM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



´Komt Troqira niet mee?´, ik keek Rag verontwaardigd aan. Na wat er gisteren was gebeurd móést Troqira wel mee. Ik voelde het gewoon. Ik staarde naar Rags rug en probeerde me zijn uitdrukking op zijn gezicht voor te stellen. Toen draaide hij zich iets om en keek me aan. Het niet zoals ik in gedachten had. In plaats van een kwade uitdrukking keek hij droevig. ´Hij wou niet mee om privé-redenen. Dat heeft hij nou nog nooit gezegd.´ Ik had medelijden met hem. ´Ik had zo op zijn gezelschap gehoopt. We hebben elkaar al 4 jaar niet meer gezien en dan flikt hij me zoiets.´ Ik keek achterom en zag Troqira naast voor zijn huisje staan. Even dacht ik dat ik hem recht aankeek, hoewel dat niet zeker te stellen was, toen verdween hij uit zicht door de bomen.
Aan het begin van de avond kwamen we in de stad Tego aan. Het was een aardig grote stad. Zo groot als Apeldoorn ongeveer. We reden in een slakkentempo door de stad en dat gaf mij voldoende de tijd om eens rond te kijken. In de voorstad (als je dat zo kon noemen) waren veel kleine steegjes en de huizen stonden er dicht op elkaar. Overal liepen mannen, vrouwen en kinderen in simpele kleren. Ik telde vier bordelen in de voorstad en dat was alleen nog maar langs de hoofdweg. Ik zag overal taveernes en overal dezelfde ongure types vóór de taveernes. We moesten even stoppen om een andere kar voor te laten gaan en in dat ene moment voelde ik een hand op mijn dijbeen. Ik slaakte zachtjes een kreet, zodat allen Rag het kon horen, en trapte naar man die bij de hand hoorde. Als reactie op mijn handeling greep hij mijn middel en probeerde me van Rags paard te sleuren. Dat had hij beter niet kunnen doen, want hij had me nog geen centimeter verschoven of er verschenen twee zwaarden, een bijl en een mes voor zijn keel.´Laat de dame met rust, ´ Siste Rag als een giftige slang en om het te benadrukken duwde hij het mes op de mans keel. Onmiddellijk trok de man zijn handen terug en liep mompelend weg. We vervolgden onze weg en reden richting de poort van de stad (zoals die generaties geleden was). Ik hoorde mannen naar me fluiten en hoeren naar me roepen. Maar ik was kampioen in negeren en liet alles langs me heen glijden. Waarom was Troqira niet meegegaan? Wat voor privé-reden zouden dat geweest zijn dan? Even schok ik op uit mijn mijmeringen. Ik keek snel om heen. Ik wist zeker dat er iemand naar me had zitten kijken. Ik kon het voelen. Maar waar was de man nu gebleven? En hoe wist ik zo zeker dat het man een was? Ik zou voor alles in deze rottige wereld zweren dat het Troqira was? Ik herkende het gevoel van zijn blik als hij naar me keek. Maar er was geen spoor meer van de man. Hoe lang we door de stad hadden gereden wist ik niet, maar opeens stopte we. Ik keek naar het uithangbord, waar ik bijna met hoofd tegenaan was gestoten. ´Ik heb letterlijk en figuurlijk een bord voor mijn kop, ´ Mopperde ik. “De Zeedraak” vermeldde het bord. Ik werd door Rag van het paard getild en liep de mannen achterna. ´Twee kamers graag en we willen graag dat het eten naar de kamers wordt gebracht, ´ Zei Dario. De herbergier knikte en we werden naar onze kamers gewezen. We aten het eten en de mannen spraken over morgen en hoe alles zou gaan. Konden we meteen een schip krijgen? Zo ja, met schipper en bemanning? En van wie moest dat schip dat zijn? Zo ging het nog lang door, maar uiteindelijk was ik zo moe dat ik achterover op het bed ging liggen en meteen in slaap viel.

Troqira keek het viertal na totdat ze achter de bomen waren verdwenen. Toen draaide hij zich om en liep zijn huisje weer binnen. Hij nam plaats in stoel die hij gemaakt had van berenvel. Rag had zo teleurgesteld gekeken toen hij hoorde dat hij niet meeging. Troqira had half verwacht dat Rag in tranen zou uitbarsten. En dan had je nog Naria. Dat was ook een vreemde zaak. Hoe kwam ze hier terecht en hoe kwam ze weer naar huis? Dat soort gedachten bleef door zijn hoofd spoken. Om wat afleiding te zoeken liep Troqira naar het kleine stenen strandje en keek naar de berg platte stenen. Scheren had Naria het genoemd. Ze had het hem zelfs nog voorgedaan. ´14 was het record´, had ze gegrijnsd. ´Als je dat kunt verbeteren ben je beter dan mij en mijn broer bij elkaar.´ Hij bukte en pakte een platte steen van de stapel. Hij ging staan zoals zij het had gestaan en gooide met een vloeiende beweging de steen weg. Hij grijnsde. De steen had 10 keer gestuiterd en dat voor een eerste keer. Hij wandelde terug naar zijn huisje en pakte zijn lange jagersboog en een koker met zwartgevederde pijlen, twee korte, lichte zwaarden en twee lange glanzende messen. Enige tijd later schoot hij door het bos op zoek naar wild. Zijn voeten raakten de grond nauwelijks en hij genoot van elk moment. Troqira hield van de bossen en ook van rennen. Omdat hij zo in gedachten was verzonken kwam hij er een fractie te laat achter dat het te stil was. Het voelde allemaal niet goed. Op dat moment hoorde hij Fury zijn dappere paard een doodskreet slaken en een hol gehuil van een ander beest. Hij besefte meteen dat hij te lang had rondgedwaald en dat nu alles van hem afhing. Troqira kon gelukkig sneller dan paarden en hij had al zijn wapens al bij zich, dus draaide hij me om en begon te rennen. Hij moest opschieten als hij het wilde redden. Het móést gewoon lukken. Hij kon zijn vrienden niet nog een keer in de steek laten. Hij rende zo snel als hij kon. Troqira vloog over boomstammen en beekjes met maar 1 enkel doel voor ogen. Tego.

Top
Ariadne
Posted: Oct 16 2006, 09:39 AM


Hoofdpersoon


Group: Admin
Posts: 105
Member No.: 2
Joined: 9-September 06



Wow spannend vervolg! Er goed geschreven.
Lees je ook wel eens de andere verhalen op dit forum? Het zou leuk zijn als je daar ook commentaar op zou geven.
Top
Shannara
Posted: Oct 18 2006, 09:53 AM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



momenteel druk met school en artikelen schrijven(opleiding journalistiek) maar in de vakantie ga ik zeker lezen!
Top
Shannara
Posted: Oct 18 2006, 09:54 AM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



Ik werd wakker geschud door Rag. ´Hmmm?´ ´Kom Naria we moeten gaan. Dario en Togor hebben een schip met bemanning kunnen regelen´, Rag trok me overeind. Ik gooide een plens water in mijn gezicht en kleedde me vlug aan. Na snel een ontbijt, bestaande uit een snee brood en een stuk kaas, naar binnen te hebben bewerkt volgde ik Rag naar buiten. We liepen zigzaggend door een paar straten en kwamen uiteindelijk uit op de kade. Ik keek mijn ogen uit. Dit was zo anders als in Nederland. Hier ging alles nog met de hand en de schepen waren gewoon nog van hout. Overal liepen mannen met spullen te sjouwen, dingen te repareren of kapiteins die aan het overleggen waren met eventuele passagiers. We liepen langs een viertal mooie schepen. Goed gestroomlijnd en erg mooi bewerkt. Toen kwam ons schip in zicht. Het was toch wel 1 van de mooier schepen in de haven. Het schip had een donkere bruine kleur met veel zwart erin. De kop liep scherp in een punt naar voren, terwijl de kont bijna plat was. Alsof ze plotseling besloten hadden een deel weg te zagen. Het was best een lang schip. Naria schatte dat het schip toch al snel een kleine 30 tot 35 meter was. Het schip droeg 3 grote masten. We liepen langs het schip op weg naar de loopplank, maar in plaats van de loopplank op te lopen, liep ik door het voren. “Swift Pacific” stond er in mooie letters op de voorkant. Ik herkende die naam meteen. Elke keer dat mijn vader en ik naar Alkmaar gingen lag er een wit zeilschip. Het witte zeilschip droeg de naam “Swift Pacific”. Ik knipperde verbaasd met mijn ogen toen ik ruw werd vastgegrepen. Met de herinnering aan de man in de voorstad maakte ik me al klaar om met volle kracht uit te halen. Maar toen ik me omdraaide vervloog die gedachte meteen. Ik keek recht in de ogen van Togor. ´Rustig aan jij,´ Grapte hij. ´Wat valt er aan die naam te zien?´ Ik haalde mijn schouders op. ´Als mijn vader en ik altijd naar een bepaalde plaats komen we langs een schip en die heet ook de “Swift Pacific”, ´ Vertelde ik hem. Togor maakte aanstalten om weg te lopen, maar ik hield het met een hand op zijn arm tegen. ´Ehm Togor, ´ Begon ik voorzichtig. Hij draaide zich om en keek me aan. ´Ik had gisteren het gevoel alsof ik in de gaten werd gehouden. Ik zou zweren dat het Troqira was.´ ´Dat was ook zo´, Togor draaide zich om en liep de loopplank op. Ik staarde Togor met open mond aan. Hoe kwam het dat hij het wel wist en ik niet? Het was wel duidelijk dat mij niet alles werd verteld. Ik liep de loopplank op met een bezwaard gevoel en dat was voor mijn doen erg vreemd. Ik hield van schepen en al helemaal van het varen met schepen. Ik stapte net op het dek toen de mogelijke reden van mijn gevoel in zicht kwam. Daar zaten, aan de zijkant van het dek, Dario, Togor, Rag en Troqira. De blikken van de 4 mannen waren meteen op mij gericht, maar ik schonk er opzettelijk geen aandacht aan. In plaats daarvan liep ik meteen naar de boeg, waar de kapitein stond en al snel waren we in een diep gesprek verwikkeld.
Toen alles aan boord was werd er een teken gegeven en begon de kapitein bevelen naar de mannen te schreeuwen. Onmiddellijk kwam de bemanning in actie en begonnen met het zeil los te maken en vast te zetten en anderen begonnen met spullen op te ruimen. Nu ik niet meer de kapitein kon praten was ik wel gedwongen het gezelschap van de mannen op te zoeken. Ik begon globaal in hun richting te lopen toen ik de kapitein naar me zag zwaaien. Onmiddellijk greep ik de gelegenheid aan en wijzigde mijn koers. Ik liep in een grote boog om de 4 mannen heen en de hele tijd voelde ik Troqira´s ogen in mijn rug boren.
Gewillig liet ik toe hoe de kapitein me dingen uitlegde. Hoewel ik van het meeste al wist hoe het werkte, dankzij mijn vader, was het toch interessant om het van iemand van deze vreemde wereld te horen. Zo bleek maar weer hoe weinig sommige dingen van elkaar verschilde. Het lukte, mede dankzij de kapitein en de bemanning, om de mannen de hele dag en een heel groot gedeelte van de avond te ontlopen.
Top
Shannara
Posted: Oct 21 2006, 07:55 PM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



Ik stond helemaal op het puntje van het schip en ik keek dromerig in het donkerblauwe water. Het was nu rustig op het dek. De kapitein had zich teruggetrokken in zijn hut, terwijl de eerste stuurman nu het schip bestuurde. Er was nog maar een derde van de bemanning bezig op het dek en Togor, Rag en Troqira waren ook verdwenen. Waar Dario was wist ik niet en dat was dan ook een vraag die me constant lastig viel. Ik werd opgeschrikt, omdat iemand achter mij zijn keel schraapte. Ik nam niet de moeite om me om te draaien en bleef in de blauwe diepte staren. ´Ik vroeg me al af waar je was. Het was een vraag die me voortdurend lastig viel´, ik wachtte op het antwoord en zette me schrap. ´Ik was gewoon aan het kijken hoe je hier stond en in de diepte staarde.’ Uit evenwicht gebracht door het simpele antwoord draaide ik me om. Ik keek recht in zijn ogen op zoek naar één of andere aanwijzing, maar faalde. ´Wíj hebben zitten kijken naar wat je deed vandaag, ´ Sprak Dario. ´Wij?´ Dario zuchtte diep, legde een hand onder mijn kin en zorgde er zo voor dat ik hem wel móest aankijken. ´Ja, Togor, Rag, Troqira en ik. Togor had ons verteld dat je al had vermoed dat Troqira in de stad was´. Ik haalde geërgerd een wenkbrauw op. ´Waarom was mij niks verteld?´ Dario liet mijn kin los en streek met een hand door zijn grijs wordende haar. ´Omdat wij dat niet nodig achtte´, hij tilde een hand op om me te laten zwijgen en sprak verder: ´Troqira weet zelf ook niet precies wat eraan de hand is, dus is er geen reden waarom hij jou daarmee zou bezwaren´. ´Hij kan toch minstens zeggen wat hij vermoed, ´ Spuwde ik terug. ´Jullie doen dit voor mij hoor! En als jullie dóór mij gevaar lopen, kunnen jullie dat op zijn minst wel even zeggen hoor!´ Ik, die nu goed op dreef was, liet me nu volledig gaan en schreeuwde er lustig op los. ´Wáárom wil Troqira nú opeens wel mee? Beetje verdacht vind je niet? Nou? Wat vind jíj ervan? Het gaat de hele tijd over wat Rag vindt! Het boeide hem écht niet dat ik gisteren bijna door zo´n eng, onguur ventje van het paard werd gesleurd hoor! Hij had het niet eens opgemerkt! En dan nog wat! Wáárom bespiedde Troqira ons gisteren constant? Waarom kwam hij niet naar ons toe?´, ik spuwde de woorden in het rond, geen acht slaand op de verbaasde bemanningsleden. Ik had zo veel zin om een paar verwensingen in het rond te strooien dat ik me aan de verleiding overgaf. ´Jullie idiote lompe mannen! Jullie…Jullie niks goeddoende luie honden! Ik hoop dat dit schip vergaat en jullie allemaal verzuipen, rotzakken!´ Dario keek me vreemd aan, omdat ik alle beledigingen en de verwensing in het Nederlands had geschreeuwd. Zonder hem ook nog maar 1 keer aan te kijken draaide ik me op mijn hielen op en begon in de richting van hut te lopen. Er zat 1 voordeel aan het feit dat Troqira mee was. Nu hadden we dus 3 hutten en dus 1 voor mij alleen. Ik liep naar de “lege” hut en trof daar Rag aan. Ik was al pissig genoeg voor twee, dus ik deed geen moeite om vriendelijk te doen. ´Ga wég! Kruip maar snel bij die rottige vriend van jou in de hut! Je wou toch zo graag dat hij mee ging? Nu heb je je zin, dus ga wég!´, ik keek woest toe toen hij snel zijn spullen pakte en maakte dat hij wegkwam. Toen hij eenmaal weg was zuchtte ik diep en liet me op het bed vallen. Ik was meteen diep in slaap verzonken.



Troqira keek vanuit het duister toe, terwijl Naria Dario de volle laag gaf. Hij had medelijden met zijn vriend, want hij was degene die de uitbrander verdiende. Hij had haar op de een of andere manier moeten laten weten dat hij er was. Troqira schrok op toen Naria langs hem heen stoof, naar de hutten. Hij stond op en liep in de richting van Dario. Hij stond er maar verslagen bij. Zijn ogen stonden droevig en uit zijn hele houding bleek hoe verslagen hij zich voelde. ´Ze is woedend en dat is mijn fout mijn vriend, ´ Begon hij. Dario keek hem aan met vragende ogen aan. ´Wat is er tussen jullie? Ik voelde het gisteren en Rag en Togor voelde het ook. Een soort spanning.´ Troqira haalde licht zijn schouders op. ´Ik weet het ook niet zeker. Misschien een bepaald soort begrijpen.´ Hij keek uit over de zee. ´Ik moet morgen maar eens met haar praten. Anders krijgen de anderen ook de volle laag. Hoe is eigelijk de huttenindeling?´ Dario keek me aan en mompelde: ´Het oorspronkelijke plan is dat Rag met Naria in een hut zit, ik met Togor en jij alleen.´ Troqira knikte en liep de trap af richting de hutten. Aan het einde van de gang bij de derde deur links bleef hij staan. Dit zou de hut moeten zijn waar hij zou slapen. Om de één of andere reden opende hij de deur zachtjes en gluurde naar binnen. Al snel ontdekte hij de reden voor zijn onbewuste voorzichtigheid. Daar op 1 van de bedden aan de zijkant van de hut sliep Naria. Ze had haar kleren nog aan en leek iets prettigs te dromen. Er trok een rilling over haar rug en in een impuls liep hij naar haar toe en legde voorzichtig de deken over haar heen. Toen draaide hij me om en liep naar de hut er recht tegenover. Waar Togor en Naria zouden gaan slapen. En daar vond hij Rag zittend op 1 van de bedden en hij keek Troqira dof aan. ´Wat is er met Naria aan de hand?, ´ Vroeg Rag nors. Troqira haalde mijn schouders op en nam plaats op het andere bed. ´Dat is iets tussen Naria en mij.´ Hij ging liggen en trok de deken over me heen. ´Tot morgen´, en hij sliep in.

Top
Ariadne
Posted: Oct 22 2006, 09:53 AM


Hoofdpersoon


Group: Admin
Posts: 105
Member No.: 2
Joined: 9-September 06



Spannend!! Het wordt zo echt een goed verhaal!
Top
Shannara
Posted: Oct 22 2006, 06:11 PM


Figurant


Group: Members
Posts: 39
Member No.: 13
Joined: 4-October 06



Ik sjokte de trap naar het dek op. Het was windstil buiten. Net als gisteren en de dag daarvoor. Er waren drie dagen verstreken sinds we aan boord gingen van de “Swift Pacific”. Het was bloedheet, nergens was ook maar een koel plekje te vinden. Ik liep naar de reling en staarde gretige naar de blauwe zee. Een frisse duik zal wel lekker zijn. Ik speurde de horizon af. Nergens een wolkje te ontdekken. We kwamen nu al twee dagen lang met een slakkentempo vooruit, als we niet helemaal stil lagen. De bemanning lag overal en nergens en ook de kapitein zat met een somber gezicht tegen de reling. Togor, Rag, Dario en Troqira stonden bij de middelste mast en praatte zachtjes met elkaar. Even voelde ik weer die withete woede opwellen. Nu waren ze alwéér iets aan het bespreken zonder mij! Maar mijn woede was al snel weer gezakt. Ik keek weer in de blauwe diepte. Het leek wel alsof het naar me riep, me aantrok. Het verbaasde me dan ook niets toen ik plotseling óp de reling stond. Een bemanningslid sprong overeind en begon om de één of andere vage reden te schreeuwen. Het boeide me niet. Alles was wazig om me heen, behalve de heerlijke blauwe kleur van de zee. Iemand trok aan mijn arm, maar die duwde ik ruw weg. Ik spreidde mijn armen en mompelde: ´Ja, ik kom eraan zee.´ Het volgende moment lag ik in het lekkere koele water. Ik keek omhoog en zag iedereen verbaasd naar me kijken. Ik begon te lachen. ´Kom er ook in! Het water is heerlijk!´ Ik zwom een rondje en keek weer omhoog. Tot mijn grote verbazing zag ik Dario op de reling zitten. Hij zette zich af en kwam een meter naast mij in het water. Er spoelde een golf heerlijk koel water over me heen. Al snel was het hele schip verlaten en lag iedereen in het water. Ik keek in het rond en kwam tot de conclusie dat ik een persoon miste. Ik zwom naar het schip en greep de touwladder. Op de boeg zag ik Troqira staan. ´Kom je niet in het water?, ´ Vroeg ik zachtjes. ´Misschien over een tijdje´, was het antwoord dat ik kreeg. Ik greep zijn hand. ´Nee, je komt nu, ´ Zei ik gedecideerd en ik wilde hem mee naar de reling trekken. Hij draaide zich om en greep mijn hand. Hij legde zijn hand voorzichtig op mijn hoofd en draaide totdat ik hem recht aankeek. ´Wat er een paar dagen geleden is gebeurd valt mij zwaar, ´ Begon hij. Ik slikte moeizaam en wilde het liefst door de bodem van de zee zakken. ´Dario hoorde daar niet de schuld van te krijgen. Noch Togor of Rag. Ík ben degene die je moet uitfoeteren. Want ík was degene die je de hele tijd in de gaten hield zonder het te zeggen. Ik heb een vermoeden dat we niet de enige zijn die op weg naar Tricoatira.´ Ik knikte begrijpend. ´Ik snap het´, ik liep richting de reling. ´Laten we nu gaan zwemmen.´ Voor de tweede maal die dag greep hij mijn arm. Hij keek me betekenisvol aan. ´Er is nog een ander ding. Ik wil graag dat we nu verder gaan als vrienden en niet meer als vijanden, ok?´ Ik grijnsde gemeen. Hij keek me vragend aan. ´Wat is er?´ ´Zie je waar we nu staan? En vermoed je mijn plan?´ , ik wierp een blik over mijn schouder. Hij keek langs me heen en zag dat we bij de reling stonden. Beneden in het water keek iedereen verwachtingsvol naar boven. Ik zag in zijn ogen hoe hij dezelfde conclusie als ik trok, maar hij was te laat. Ik greep zijn arm en slingerde hem met al mijn kracht over de reling. Het bleek al snel dat Troqira zijn eigen plannen had gemaakt. Hij had mijn pols gegrepen en hing er nu met zijn volle gewicht aan. Ik, die dat gewicht natuurlijk niet kon dragen, tuimelde ook over de reling en samen kwamen we met een grote plons in het water. Hoestend en proestend kwam ik boven water. Ik werd begroet door veel gejuich en gelach van de bemanning. Ik keek om heen, maar ik kon Troqira nergens vinden. Een bepaald soort angst kreeg me in zijn greep en ik zwom zo snel ik kon richting de touwladder. Ditmaal was ik degene die niet snel genoeg was. Ik voelde iets mijn benen vastgrijpen en me onder water trekken. Ik opende mijn ogen en keek recht in die van Troqira. Hij keek me grijnzend aan, maar ik kon niet lachen. Ik begon als een gek te spartelen, in een poging naar de oppervlakte te komen. Ik voelde mijn keel dichtknijpen en het laatste beetje adem over mijn lippen ontsnappen. Nu was ik helemaal ik paniek en begon naar mijn “aanvaller” te trappen. Ik voelde hoe ik iets raakte en ik zwom naar de frisse lucht. Het was stil toen ik boven kwam. Iedereen had de gezien wat zich onder water had afgespeeld. Ik lette op niemand en met nog steeds een paniekerig gevoel greep ik de touwladder.
Top
« Next Oldest | Fantasy verhalen | Next Newest »

Topic OptionsPages: (3) [1] 2 3 



Hosted for free by InvisionFree (Terms of Use: Updated 7/7/05) | Powered by Invision Power Board v1.3 Final © 2003 IPS, Inc.
Page creation time: 0.5423 seconds | Archive